Op het moment maak ik gebruik van een vierwiel aangedreven auto die geschikt is voor de weg alsmede voor het terrein. Het voordeel is dat als je een ritje gaat maken je niet direct bang moet zijn als een stuk onverharde weg je pad kruist. Een nadeel is als je eenmaal over het onverharde pad kruist je er zo weinig benzinestations tegenkomt.
U begrijpt het al, hij zuipt als een tempelier.
Als dat het enige was maar nee, ik heb elk foutlampje op het dashboard zien branden sinds ik de eigenaar ben van deze land(geld)rover zelfs in de avond rijd ik met een zonnebril.
Tijd voor actie en ideeën! Verkopen is geen optie in deze haat liefde verhouding wint de liefde, de auto is te goed bruikbaar en leuk voor onze omgeving. Als ik er nu eens een klein beschaafd autootje bijneem die goed op het asfalt te hanteren is en een bescheiden aantal liters benzine verbruikt en toch een berg op kan. De zoektocht kon beginnen…….
Auto’s zijn niet goedkoop in Portugal maar voor de “homens” zeer belangrijk! Een dikke Mercedes of BMW op de oprit van een huisje waar wij de hond nog niet willen laten slapen is geen uitzondering maar meer een regel. Natuurlijk zijn er ook veel kleinere auto’s en daar wil ik wel eens naar gaan kijken. In Nederland start je internet en je neust online wat er te koop is. Dat kan hier (in Portugal) ook maar jullie zullen ook wel eens de ervaring hebben gehad dat als je wat vindt waar je in geïnteresseerd bent, dat het meestal in de verste uithoek van het land is.
In de meer afgelegen gebieden hebben de Portugezen de gewoonte om hun auto op de daarvoor bekende plaatsen te stallen om hem te verkopen, tel-nr op het raam en voila. In de loop van de tijd dat ik hier woon ken ik een aantal van die plekken en ging een kijkje nemen. En jawel er staat altijd wel iets waar je meer van wilt weten. Het karretje beantwoordde aan mijn wensen dus maar eens bellen. De communicatie via de telefoon is niet gemakkelijk maar het telnr stond niet op een kudde schapen en geiten dus men wist waar het over zou gaan. De eigenaar zal er terstond aankomen en jawel na vijf minuten was hij daar, aan de auto mankeerde natuurlijk niets naar zijn zeggen. Of ik dan niet even een proefritje kon maken was mijn vraag, dat kon “maar dan moet ik wel even naar huis om een accu” was het antwoord. “doe dat dan maar“ was mijn antwoord en calculeerde alvast een uur wachten in. Ik posteerde me in de berm (meeste zijn dergelijke verkoopplaatsen buiten de bebouwde kom) in afwachting van.
Het viel mee na een kwartier stond de man terug en plaatste de accu.
Ik kon aan de proefrit beginnen en die kon nooit lang duren want de benzinetank was nagenoeg leeg, na een test met remmen en berg oprijden enz. vond ik het toch maar niks. Geen probleem vond de eigenaar haalde de accu er weer uit en vertrok.
Een dag erna ging ik eens naar een andere plaats en jawel daar stond een soortgelijk karretje ik moest niet eens bellen de eigenaar had vast achter een boom gezeten om zijn koopwaar te beschermen want hij stond opeens naast me. De vraag of ik interesse had negeerde ik maar of de man moet het normaal vinden dat iedereen maar onder en in zijn auto keek. Op de vraag van mijn kant of een proefrit toegestaan was kreeg ik een bevestigend antwoord maar.. “dan moet ik wel even om een accu” voegde hij er aan toe met déjà vu gevoelens antwoordde ik; “dat moet dan maar”. En weer was er van een flinke proefrit geen sprake vanwege een brandstof tekort. Ook dit exemplaar ging het niet worden van binnen zag hij er afgetrapt uit en als ik als testje het stuur losliet sloeg hij vanzelf linksaf zonder richting aan te geven.
Na een ochtendje boodschappen doen in de stad werd op de terugweg mijn oog getrokken door een leuk uitziend exemplaar, waarschijnlijk door zijn felle kleur, dat te koop stond langs de weg. Na een rondje erom heen lopen kwam een wat oudere man (mijn leeftijd) rustig op mij toelopen “mooi autootje hè” zei de man en stak zijn hand uit “alles goed met u” vroeg hij. Kijk dat is zaken doen dacht ik eerst naar iemand zijn gesteldheid vragen. “U komt van Nederland” wijzend op mijn nummerplaat. “Jazeker maar ik woon nu in Portugal en zoek een klein autootje”. Het was een diesel verzekerde de man mij, hij had nog maar 250.000 km. gereden. Op de vraag of een proefrit mogelijk was werd wederom positief geantwoord ik moest dan wel later terug komen want de accu was leeg, en de auto was niet gekeurd. Morgen zal hij alles in orde brengen zodat ik overmorgen een proefrit kon maken….
Ik had er een beetje genoeg van en bedacht als alle particuliere aanbieders morgen hun auto kunnen verkopen dan doen de benzinestations en accu aanbieders goede zaken. Het zou Portugal uit de crises kunnen helpen hierbij denkend aan Mark Rutte.
Het leek me beter om maar eens een reguliere garage met een bezoekje te vereren. Dat was niet zo’n gekke gedachte bij de eerste beste garage stond exact wat ik zocht. Hij stond keurig tussen nieuwe grote auto’s in te glimmen of dat die nog moest concurreren met de BMW’s en Mercedessen, zoveel verstand had ik er nog wel van dat het autootje het daar tegen aflegt.
De verkoper een goedlachse man (waarom niet) gaf me de volgende informatie: Het autootje is gekeurd tot volgend jaar Dec. Staat op goede banden, distributieriem pas vernieuwd, lak uitstekend, pas zijn beurt gehad alle boekjes aanwezig als bewijs, nooit in gerookt, bekleding als nieuw, altijd in de garage gestaan, en heeft maar één eigenaar gehad, een oud vrouwtje die er mee naar de kerk ging. Ik heb een proefrit gemaakt (moest wel even tanken) en dat beviel wel.
Ja wat denken jullie nou eigenlijk! een autootje van een oud vrouwtje! ik ben toch niet gek… gelijk gekocht natuurlijk.
Groet Ferrie
www.natuurlijkportugal.nl
donderdag 9 januari 2014
maandag 9 december 2013
Olijfje
We zijn in het gelukkige bezit van een aantal fruitbomen, als je van bezit mag spreken in deze. Laat ik zeggen we hebben het vruchtgebruik van deze bomen, ik vind dat je natuur niet echt bezit. Ik zie ze als kinderen, die heb je wel maar je bezit ze niet. Ik zie dan ook wel wat overeenkomsten je kan ze verwaarlozen of verwennen. Als je ze goed (op)voedt krijg je er ook wat van terug maar nooit zonder liefde, aandacht en arbeid. We hebben het gebruik van div. bomen zoals de tamme kastanje, pruimen, peren, appel, vijgen, manderijnen en olijven, deze laatste heeft nu onze aandacht nodig (November). Tien olijfbomen is niet bijzonder veel, net tussen mal en dwaas, eigenlijk te weinig voor olie en teveel voor de inmaak. Net als mijn kinderen net teveel voor één paar en zeker te weinig voor een elftal. De vorige keren heb ik me er van afgemaakt om een aantal olijven te plukken voor de inmaak en de rest laten hangen waar ze hingen.
Ik heb toch ook niet alle eitjes van mijn partner bevrucht.
Dat ging dit jaar niet op omdat de grote motivator (Ingrid) zich er mee ging bemoeien. We gaan ze gewoon allemaal plukken was haar mening. Ik stribbelde tegen met het argument dat het te weinig oplevert voor de olie en dan derhalve teveel werk voor niets is. De vrouwenslimmigheid komt dan om de hoek kijken "Ik doe het wel alleen hoor” was haar verweer. Nee ik vind de ingemaakte olijven prima en leuk om te doen dus ik wil wel plukken maar voor olie heb je er zoveel nodig!
Het weer is nog uitstekend wat de pluk een stuk aangenamer maakt. Het wordt een soort van gezellig om in een boom te hangen met het gevaar dat je zelf als een rijpe vrucht naar beneden lazert. Een gouden tip van iemand die ook veroordeeld is tot het leven in Portugal was het gebruik van een paraplu. De meeste bomen staan namelijk op een helling dus was het gebruik van netten onder de boom ook niet direct een uitkomst.
De paraplu werd uitgestoken om iets op te vangen in plaats van iets tegen te houden en het werkte als een speer. Boom na boom werd gestript en dat leverde veertig kilo olijven op, een schijntje te weten dat het minimum om te persen vijftig kilo moet zijn. Doch Ingrid was vastberaden om ze te laten persen. Zo de ton was gevuld en nu was het een zaak van laten persen in een olijvenpers-coöperatie die dienst deed voor diverse dorpen in onze buurt.
Ik had er geen hoge pet van op, ik had het gevoel dat ze ons zouden uitlachen en was derhalve niet zo kien om de olijven aan te bieden maar Ingrid had er maling aan "Als het niet goed is neem ik ze toch weer mee terug” was haar verweer en daar was niets tegen in te brengen.
Aangekomen bij het olijvenpersgebeuren bekroop mij toch weer het gevoel van wat komen we hier doen met ons tonnetje, temeer omdat dat beeld versterkt werd door een vrachtwagen die op het terrein stond geparkeerd met wel duizend kilo olijven en nog wat pick-ups waarvan de laadbak ook met vijftig kilo zakken uitpuilde.
Ik parkeerde mijn auto een beetje achteraf om zo snel mogelijk weg te kunnen rijden als die olijfpersmannen ons beginnen uit te lachen. Maar Ingrid had geen enkele gêne en stiefelde zo langs de wachtenden naar binnen. Schoorvoetend volgde ik haar, een man of vijf stonden te wachten en sigaretten te roken, één man was de pers aan het vullen met de vijftig kilo zakken. Toen hij ons binnen zag komen liet hij het werk in de steek en vroeg ons hoe hij van dienst kon zijn? Ingrid gaf hem te kennen dat ook wij een olijvenoogst hadden, die we in de auto hadden staan. Zonder te dralen ging hij met ons naar de auto, ik liet hem smalend de ton zien met zo’n gezicht van "ach man zij wilde het zo graag”. Hij gaf me het commando om mijn auto vooraan te zetten zodat we de ton niet zo ver moesten dragen en intussen ging hij terug aan het werk. Ik bleef nog voorzichtig om niet te gretig te reageren om met de ton naar binnen te gaan. Ik had het vermoeden dat hij die rokende vijf man had voorbereid met de woorden; "Als die Hollander zijn ton binnen zet moeten jullie gaan lachen".
Niets van dat alles was waar. Hij ging in overleg met Ingrid om te vertellen wat de procedure was en merkte dat we niet alles direct begrepen waarop hij iemand uit de perserij erbij riep om ons in het Engels te informeren. Het kwam er op neer dat vijftig kilo het minimum was. Ik trok een triomfantelijk gezicht naar Ingrid en dacht "Ik heb nog zo tegen je gezegd" maar de man vervolgde zijn betoog, als je minder aanbiedt dan het minimum voegen wij daar olijven van een ander aan toe en zo delen jullie het verschil later in olie. Onze olijven werden gewogen en de rest van de klanten moesten maar even wachten daar hebben ze hier geen moeite mee, vrachtwagen vol of niet. Naam en adres achterlaten en morgen konden we om onze olie komen!
De man die Engels sprak kreeg er plezier in om met ons Nederlanders een babbeltje te houden en vroeg ons het ei uit ons gat. De olieperserij werkt maar een paar maanden maar wel iedere dag, Het is een beetje zoals onze bietencampagne in Nederland.
Hij gaf te kennen dat hij in het zomerseizoen een café/bar uitbaatte in de kustplaats Figuero de Foz, tachtig kilometer bij ons vandaan en daar diverse soorten bier verkocht en dat is vrij uitzonderlijk hier in centraal Portugal. Jawel nu kwam hij op mijn terrein "bier" daar weet ik alles van daar ben ik vaak genoeg beschonken van geweest. Ik liet hem wat biermerken noemen, er waren merken bij die ik ook zo zou uitspreken als ik er eerst teveel van gedronken had maar het stemde mij tot tevredenheid ik moet hier in Portugal niet kieskeurig zijn. Ik beloofde hem een fles Belgisch bier als we om de olie zouden komen.
Het bleek een schot in de roos te zijn hij was de volgende dag verguld met zijn presentje en we kregen een hele tour en uitleg door de olieperserij.
Onze olijfolie stond klaar in een plastic kan met onze naam en adres er op.
Op de vraag wat de kosten waren werd ik uiteindelijk toch uitgelachen "beschouw het maar als een presentje van mij" zei de oliepersman.
Gratis! dan is ook mijn olijfje weer tevreden met haar popeye.
Groetjes Ferrie
Ik heb toch ook niet alle eitjes van mijn partner bevrucht.
Dat ging dit jaar niet op omdat de grote motivator (Ingrid) zich er mee ging bemoeien. We gaan ze gewoon allemaal plukken was haar mening. Ik stribbelde tegen met het argument dat het te weinig oplevert voor de olie en dan derhalve teveel werk voor niets is. De vrouwenslimmigheid komt dan om de hoek kijken "Ik doe het wel alleen hoor” was haar verweer. Nee ik vind de ingemaakte olijven prima en leuk om te doen dus ik wil wel plukken maar voor olie heb je er zoveel nodig!
Het weer is nog uitstekend wat de pluk een stuk aangenamer maakt. Het wordt een soort van gezellig om in een boom te hangen met het gevaar dat je zelf als een rijpe vrucht naar beneden lazert. Een gouden tip van iemand die ook veroordeeld is tot het leven in Portugal was het gebruik van een paraplu. De meeste bomen staan namelijk op een helling dus was het gebruik van netten onder de boom ook niet direct een uitkomst.
De paraplu werd uitgestoken om iets op te vangen in plaats van iets tegen te houden en het werkte als een speer. Boom na boom werd gestript en dat leverde veertig kilo olijven op, een schijntje te weten dat het minimum om te persen vijftig kilo moet zijn. Doch Ingrid was vastberaden om ze te laten persen. Zo de ton was gevuld en nu was het een zaak van laten persen in een olijvenpers-coöperatie die dienst deed voor diverse dorpen in onze buurt.
Ik had er geen hoge pet van op, ik had het gevoel dat ze ons zouden uitlachen en was derhalve niet zo kien om de olijven aan te bieden maar Ingrid had er maling aan "Als het niet goed is neem ik ze toch weer mee terug” was haar verweer en daar was niets tegen in te brengen.
Aangekomen bij het olijvenpersgebeuren bekroop mij toch weer het gevoel van wat komen we hier doen met ons tonnetje, temeer omdat dat beeld versterkt werd door een vrachtwagen die op het terrein stond geparkeerd met wel duizend kilo olijven en nog wat pick-ups waarvan de laadbak ook met vijftig kilo zakken uitpuilde.
Ik parkeerde mijn auto een beetje achteraf om zo snel mogelijk weg te kunnen rijden als die olijfpersmannen ons beginnen uit te lachen. Maar Ingrid had geen enkele gêne en stiefelde zo langs de wachtenden naar binnen. Schoorvoetend volgde ik haar, een man of vijf stonden te wachten en sigaretten te roken, één man was de pers aan het vullen met de vijftig kilo zakken. Toen hij ons binnen zag komen liet hij het werk in de steek en vroeg ons hoe hij van dienst kon zijn? Ingrid gaf hem te kennen dat ook wij een olijvenoogst hadden, die we in de auto hadden staan. Zonder te dralen ging hij met ons naar de auto, ik liet hem smalend de ton zien met zo’n gezicht van "ach man zij wilde het zo graag”. Hij gaf me het commando om mijn auto vooraan te zetten zodat we de ton niet zo ver moesten dragen en intussen ging hij terug aan het werk. Ik bleef nog voorzichtig om niet te gretig te reageren om met de ton naar binnen te gaan. Ik had het vermoeden dat hij die rokende vijf man had voorbereid met de woorden; "Als die Hollander zijn ton binnen zet moeten jullie gaan lachen".
Niets van dat alles was waar. Hij ging in overleg met Ingrid om te vertellen wat de procedure was en merkte dat we niet alles direct begrepen waarop hij iemand uit de perserij erbij riep om ons in het Engels te informeren. Het kwam er op neer dat vijftig kilo het minimum was. Ik trok een triomfantelijk gezicht naar Ingrid en dacht "Ik heb nog zo tegen je gezegd" maar de man vervolgde zijn betoog, als je minder aanbiedt dan het minimum voegen wij daar olijven van een ander aan toe en zo delen jullie het verschil later in olie. Onze olijven werden gewogen en de rest van de klanten moesten maar even wachten daar hebben ze hier geen moeite mee, vrachtwagen vol of niet. Naam en adres achterlaten en morgen konden we om onze olie komen!
De man die Engels sprak kreeg er plezier in om met ons Nederlanders een babbeltje te houden en vroeg ons het ei uit ons gat. De olieperserij werkt maar een paar maanden maar wel iedere dag, Het is een beetje zoals onze bietencampagne in Nederland.
Hij gaf te kennen dat hij in het zomerseizoen een café/bar uitbaatte in de kustplaats Figuero de Foz, tachtig kilometer bij ons vandaan en daar diverse soorten bier verkocht en dat is vrij uitzonderlijk hier in centraal Portugal. Jawel nu kwam hij op mijn terrein "bier" daar weet ik alles van daar ben ik vaak genoeg beschonken van geweest. Ik liet hem wat biermerken noemen, er waren merken bij die ik ook zo zou uitspreken als ik er eerst teveel van gedronken had maar het stemde mij tot tevredenheid ik moet hier in Portugal niet kieskeurig zijn. Ik beloofde hem een fles Belgisch bier als we om de olie zouden komen.
Het bleek een schot in de roos te zijn hij was de volgende dag verguld met zijn presentje en we kregen een hele tour en uitleg door de olieperserij.
Onze olijfolie stond klaar in een plastic kan met onze naam en adres er op.
Op de vraag wat de kosten waren werd ik uiteindelijk toch uitgelachen "beschouw het maar als een presentje van mij" zei de oliepersman.
Gratis! dan is ook mijn olijfje weer tevreden met haar popeye.
Groetjes Ferrie
vrijdag 8 november 2013
Balkon(ing)
Er worden tegenwoordig diverse soorten van therapieën, oefeningen en leefwijzes aangeboden om in deze drukke en hectische wereld (geestelijke)rust en voldoening te vinden. Naar rust en voldoening verlang ik uiteraard ook. De variant “rust in vrede” gaat me te ver, als ik rust, wil ik dat graag bewust doen. Als ik slaap vind ik het al jammer dat ik niet weet dat ik rust. Ik ben een doe-het-zelver, niet van nature maar financiële middelen ontbreken mij vaak om het een ander te laten doen. Ik moest dan ook een manier vinden om mijn bestaan voor mezelf zo aangenaam mogelijk te maken. Yoga en Zen is niets voor mij, ik ben daar te nuchter voor en hier in Portugal regelmatig te onnuchter.
De eerste overdenking die ik had om die drukke en hectische wereld aan te kunnen, is de wereld dan maar wat kleiner maken. Dat kan ik niet letterlijk maar figuurlijk heb ik door middel van een kreet daar een oplossing voor gevonden. Het credo is: De wereld is zo groot als de omgeving waarin je bent, beweegt en kan overzien. Niet alleen voor mij maar voor veel stresskippen/hanen kan het accepteren en naleven van dit credo hun de nodige rust brengen.
Hoe en wat betekent dat in de praktijk?
Voor de mensen die het niet weten, mijn huis hier in Portugal is uitgerust met een klein houten balkon wat uitkijkt op het terras van mijn gasten, het zwembadje, bos en berg. Dit balkon is sinds ik hier woon mijn belangrijkste wereld geworden. Op het balkon zitten is hier mijn favoriete bezigheid geworden. Ik heb er de term “balkoneren” aan gegeven. In alle vroegte kan het balkoneren mij al de nodige rust geven om de dag te trotseren. Het balkoneren past uitstekend bij het credo; ik ben, beweeg(shagje draaien) en overzie. Het ontbijt wordt er genuttigd, de lunch, de koffie en borrel. Deze vorm van therapie "Balkoneren" geeft mij veel voldoening en rust.
Op de website www.natuurlijkportugal.nl staat als ondertitel "bestemming bereikt" dat betekent niet dat de gasten nu ook maar allemaal massaal moeten gaan balkoneren. De rust-therapie behelst meerdere plaatsen zoals hier boven beschreven: De wereld is zo groot als de omgeving waar u bent, beweegt en u kan overzien. Uw therapie zou dus kunnen zijn: Terraseren, zwembaderen, zonnebaderen en last but not least dineren. Deze Therapie (ook wel vakantie genoemd) wordt u aangeboden en verzorgt door de balkon(ing) van Casa-Ribeira
Intussen verblijf ik in afwachting van uw boeking ………….op het Balkon!
Groet Ferrie
Abonneren op:
Posts (Atom)



