woensdag 11 april 2012

Um Café Portugues...

Nu ik een paar keer in Portugal ben geweest en daar heb genoten van de gastvrijheid en de goede zorgen in de gastenverblijven van Casa Ribeira, kan ik inmiddels met enig kennis van zaken iets op papier zetten over mijn favoriete bezigheid in dit verrukkelijke land. Namelijk het genieten van een heerlijk kopje versgezette Portugese koffie in één of ander achteraf caffeetje in een piepklein dorpje, of op een zonovergoten terrasje in een historische buurt van een grotere stad..!

Koffie 'um café' is in Portugal een alledaagse, maar niettemin heerlijk speciale belevenis. In welk cafeetje je ook komt, er staat steevast een enorme, van allerlei buizen en knoppen voorziene, glimmende, sissende en stampende koffiemachine achter de bar. Als een soort 19e eeuwse stoommachine bediend door een café-baas die de hendels bedient en het apparaat voedt met aangestampte versgemalen koffie...

Wat er uiteindelijk uit komt en je in een miniem espressokopje krijgt voorgezegt, is niet minder dan onvervalste en heerlijk puur koffie-genot..!

Maar hoe bestel je nu zo'n heerlijk kopje koffie-nektar?

In Portugal wordt de koffie, net zoals in andere zuid-europese landen, in diverse variaties gedronken die qua bereiding, samenstelling, smaak en benaming ook nog eens van plaats tot plaats kunnen verschillen.

Hieronder dus een paar algemene richtlijnen.
Onthoudt: geen twee kopjes koffie zijn gelijk (ondanks wat Ferrie hierover zal zeggen...). Maar wat je ook in je kopje krijgt; Geniet! Het is en blijft een bijzonder kopje koffie...

De meest populaire koffie is wat de Italianen en wij een "espresso" zouden noemen. In Lissabon bestel je 'um bica' en in Porto 'um cimbalinho'.

'Cheia' is een volle espresso cup, 'tres-quartas' is voor 3/4 vol, een ristretto heet 'um italiano' (klein, sterk, de eerste paar seconden uit de koffiemachine). Je zou kunnen vragen om 'não quente' (niet heet), dan zal de cafébaas er een scheutje koud water voor je in doen.

In Portugal is een 'cortado' de standaard maat van de koffiemachine, (niet te verwarren met een Spaanse cortado, die met melk wordt geserveerd).

Om bij de kleine espressokopjes te blijven, kun je ook vragen om 'um pingo' ook wel 'um pingado', een espresso met een druppeltje melk (soms verwarmd, soms niet). 'Um Garoto' heeft meer melk, ongeveer 50/50, maar nog steeds in een klein kopje. (In Spanje staat dit bekend als een 'corto' of een 'cortado'). 'Uma Carioca' is het tegenovergestelde van een ristretto - een volledig klein kopje minus de sterkste eerste twee seconden van een espresso.

Wil je een grotere kop zwarte koffie, dan bestel je 'um abatanado' of een 'cafe americano'. Maar in sommige café's krijg je dan kop instant koffie, ofwel 'um Nescafe'. Als je een dubbele espresso wilt, dan vraag je om 'um cafe duplo'.

Ga je voor een grotere kop koffie met melk, dan wordt 'um galão' geserveerd in een hoog glas en met ongeveer 3/4 melk. Traditioneel is een galão gemaakt met de tweede verloop van de koffie uit de machine en daarom is in onze beleving vaak maar een 'slappe bak'...

Als je iets wilt dat meer lijkt op een caffe latte bestel dan 'um galão Directo'. Je kunt ook vragen om een donkerdere- 'escuro' of een lichtere 'claro' variant.

Het bestellen van een galão na de middag zal je trouwens (net als in Italie een capucino) de nodige verbaasde en geamuseerde reacties opleveren (tenzij je ouder dan 80 bent...). Galão is namelijk bedoeld voor bij het ontbijt of als oma-drankje. Je zou je gezicht nog kunnen redden door het bestellen van 'uma meia de leite', dat is half melk, half koffie in een gewone beker (onze koffie verkeerd...).

Een Gastblogger...


zondag 1 april 2012

De slachter

In Castanheira de Pera, een dorpje op zeven kilometer van ons Sarnadas, bevindt zich een slager waarvan ik vind dat hij de beste saucissen van Portugal heeft. De slagerij is niet moeilijk te vinden. Een groot vliegengordijn en zes straathonden voor de deur maakt een uithangbord overbodig...

Of ik alle worst in Portugal al geproefd heb..? Dat is echt na deze saucissen niet meer nodig. Er is echter één probleem. Hij maakt ze niet iedere dag en je moet vroeg zijn om ze te bekomen. Regelmatig grijp ik er naast en zoek dan mijn toevlucht tot ander vlees.

De ”lachende slager“, zo wordt hij genoemd (en ook om die reden), is zo behulpzaam dat het soms eng is. Hij opereert als ware hij een chirurg en er dwarrelt constant een assistente om hem heen.

Hij begroet je als je de slagerij betreedt alsof je rechtstreekse familie bent en blijft tegen je praten tot je weer buiten staat. De klanten worden één voor één geholpen, ondanks de aanwezigheid van een assistente, die echter niet de klant bedient, maar de slager...

De vitrine is niet uitbundig dus vragen naar de producten is een must. De klant vraagt en de slager snijdt en hakt het vlees op de spot. De bediening gaat als volgt: een klant wil twee karbonaadjes en richt zich tot de slager, dus niet naar de assistent. De slager trekt een half varken uit de koeling en begint te hakken om aan de bestelling te voldoen. Alles in het zicht van de klant. Gehakt wordt gemaakt waar je bij staat; soepvlees moet nog geneden worden;  filet, koteletten, wat je maar wil moet nog eerst gesneden worden.

De rol van de assistent is zeer summier.  Eens een pakpapier klaarleggen; eens wat wegen; het bestelde en gesneden vlees verpakken (waar ze genoeg tijd voor krijgt omdat de slager het volgende gevraagde alweer moet snijden) en bij uitzondering afrekenen, want dat vind de lachende slager zelf ook leuk...

Na deze lachende slager op deze manier bij jullie voorgesteld te hebben zal ik één van mijn recente bezoekjes beschrijven, dat ik samen met een gast onlangs aan hem bracht...

Bij het binnenstappen van de slagerij werden we natuurlijk uitgebreid begroet. Ook door de aanwezige klanten. Uiteraard ging ik voor de saucissen en het geluk (en de slager) lachte me toe. Er was een bak vol en er waren drie klanten vóór me. Om een tijdsindicatie te geven: toen ik binnenstapte het was half elf (onbelangrijk*). De slager was bezig met een bestelling en praatte en lachte aan één stuk door en sneed met grote vaardigheid het vlees, waarbij hij om de tien seconden zijn mes aanzette. (Ik vermoed dat hij per maand net zo veel messen verslijt als ik op een dag shagjes rook...)

De klant had een behoorlijke bestelling en intussen konden wij van het snij- en hakspektakel genieten. Ook deze klant kon de slagersworst waarderen en een halve bak ging in de tas. De volgende klant bestelde diverse soorten vlees en ook hij moest worst..! De bak begon schrikbarend te slinken en ik hoopte dat het slagerstrutje de bak ging bijvullen...

Intussen gebeurde er van alles in de slagerij. De postbode viel binnen en had een uitgebreid gesprek met de slager die echt wel doorwerkte. Een leverancier met div. goederen werd vlot naar achter verwezen alwaar seniorslager (de vader) zwaar hinkend de waren in ontvangst nam. (Ik fantaseerde ondertussen dat senior in het verleden door een stier op de horens was genomen...)

De laatste klant voor mij was aan de beurt. Een heel oud vrouwtje en zij bestelde voor mijn gevoel van elk vleesartikel één stuks, Ik denk dat haar laatste wens was om zich dood te eten aan worst want de resterende hoeveelheid (ik schat drie kilo), ging ook nog in haar tas.

De slager wende zich lachend tot mij en vroeg wat ik wenste. Ik verdacht hem er even van dat hij lachte omdat 'ie wist waarvoor ik kwam, maar daar was hij te aardig voor. Ik vroeg toch nog even om worst. Het speet hem, er was niet meer, maar hij gaf me de tip om vroeger te komen en of ik iets anders wilde...

In tegenstelling tot wat je zou denken in een Zuid-Europees land word hier ontzettend veel varkensvlees gegeten. De Engelsen hier noemen de Portugezen wel eens gekscherend Porcogezen. Ik daartegen pest de Engelsen weer omdat ze het lef niet hebben om hun pic op te eten en het daarom maar pork noemen nadat die geslacht is. Ik kocht een kilo Bifanas (varkensfilet) en verliet de slagerij om elf uur. Weer niet gelukt...

Wonder boven wonder liep ik de slager daags na mijn bezoek om één uur in de nacht bij een café bezoek tegen het lijf. Ik vroeg hem om twee kilo saucissen met de mededeling dat ik nu toch wel op tijd was. Hij lachte zoals altijd en maakte in het Portugees een opmerking over worst die mij ontging maar het café in lachen deed uitbarsten...

Ik verliet opgelaten het café met de gedachte dat ik toch nog altijd de grapjas was.

De (gehakt)ballen!!
Ferrie

( * zie verhaaltje “Geen tijd”)

zondag 4 maart 2012

Buitenlanders...

Het grootste gedeelte van mijn leven ben ik een autochtoon geweest en dat beviel wel. Ook gezien het feit dat allochtonen niet altijd even prettig behandeld worden. Raar als je bedenkt dat ze als gelukzoekers worden betitelt. Wat kan er nu op tegen zijn als iemand zijn geluk zoekt? Een ongelukzoeker, dat zou vreemd zijn..! Maar wel makkelijker. Ga maar eens op een voetzoeker zitten...

Nu ik woon in het buitenland en ben inderdaad zelf letterlijk vaker buiten dan vroeger. Ik probeer zo snel mogelijk te integreren maar dat valt taaltechnisch toch lelijk tegen. Ik had er ook een beetje op gerekend dat ik wat meer tijd had gehad. Als mijn bouwactiviteiten achter de rug zijn zal ik mezelf verplichten naar school te gaan.

Het gekke is dat ik me hier dus absoluut geen buitenlander voel. De Portugezen zijn een heel aardig voor mij en toch zeker als het ons dorp betreft. Het leuke is dat zij dus wel met een buitenlander te maken hebben en dat er steeds meer buitenlanders zijn die zich in het dorp of omringende dorpen vestigen. Meestal gaat dat om Engelsen of anderen die ook genoeg geld hebben om in een lekker klimaat verder hun leven te leiden. Deze mensen kom je natuurlijk bij allerlei gelegenheden tegen en je kunt dan eens wat ervaringen uitwisselen. Het communiceren verloopt wat makkelijker; tenslotte ken ik genoeg tv Engels om me verstaanbaar te maken. Je wordt eens uitgenodigd voor een borrel of Diner, B&B, avondje stappen enz.

Op een dag werd ik voorgesteld aan een groep “De vrienden van Portugal”. Onder het genot van een borrel tesamen gekomen om hun aanwezigheid in Portugal te vieren. Dat waren best een hoop mensen bij elkaar en natuurlijk voor de Portugezen is dat economisch niet slecht. In plaats van uitvreters, zoals je buitenlanders in Nederland noemt, zijn het vretenbrengers... Het gezelschap bestond uit Engelsen, Zuid-Afrikanen en Amerikanen. Deze laatsten hadden op mij nogal wat bizarre aantrekkingskracht. Ik heb over het algemeen niet zo’n hoge pet van ze op. Individueel valt het meestal mee, maar als volk…..

Afijn, ik liet me niet door mijn vooroordeel afschrikken en stapte op één van de Amerikanen af voor “A social talk”. Hij stelde zich voor als “John” en ik vroeg hem wat de reden was voor zijn verblijf in Portugal. Daarop antwoordde hij dat zijn vrouw kunstenares was en in Portugal haar muze had gevonden. Met wat doorvragen om er achter te komen wat hij dan gedaan had, vertelde hij dat hij in het leger gediend had en of ik nog een borrel lustte. Later hoorde ik van anderen dat hij voor de inlichtingendienst had gewerkt als spion en heel het platte land van Portugal wist dat. Typisch natuurlijk. Miljoenen Amerikanen en ik loop tegen een medewerker van de CIA aan. Waarom kan die gozer nou niet gewoon schoenmaker zijn...

Nee dan zijn maat, Het was weken later dat ik de "spy"  weer tegen kwam in mijn dorpj . Met een naar zijn zeggen een vriend die hij aan mij voorstelde. Deze vriend had in ons dorpje een huis gekocht en had het plan om over een paar jaar hier van zijn Pensioen te gaan genieten. Nu was het de bedoeling dat eerst het huis verbouwd werd, met wat meer Amerikaanse luxe onder de kap, onder leiding van John. zodat onze nieuwe Amerikaanse vriend, genaamd Tom, rustig zijn werk kon overdragen.

Ik zal Tom even beschrijven zodat je een wat beter beeld krijgt van wat er komen gaat. Tom is 210 cm lang 120 kg en 57 jaar . En hier komt het ……….. Tom is professor in de Engelse taal! Doceert aan de Woodsong Language Institute and University in Jayang-Dong South Korea...

Professor mijn laars..!

Als er één het prototype van een spion is dan is het Tom en niet John! Een leraar Engels is de ideale dekmantel en op een universiteit is het goed inlichtingen vergaren. En met zijn lengte kan hij zo vanuit Zuid Korea heel Noord Korea in de gaten houden! Zijn postuur zal ongenadig opvallen tussen de Koreanen die over het algemeen maar 160 cm lang (kort) zijn. Derhalve zal ieder ander mens nooit geloven dat hij een spion is...

Nee voor mij is het wel duidelijk. Als er mensen in Nederland zijn die buitenlanders lastig vinden of de Polen die de baantjes afpikken en zich asociaal gedragen, dan weet je waar je mee te dealen hebt.

Maar als hier een buitenlander vertelt wat ie doet …………..???!!

Zo raak ik nooit van dat Hollywoodsyndroom af !!!!